woensdag 1 juni 2011

Far Breton:lekkernij uit Bretagne


Dit doet terugdenken aan onze zomers in Bretagne, waar Far Breton, net als een heleboel andere lekkernijen, bij elke bakker ligt. Het is zowel een toetje als een taartje. En erg lekker met een schep crème fraiche.

Voor 6-8 personen:
200 g gedroogde pruimen zonder pit
scheut rum
125 g bloem, gezeefd
150 g kristalsuiker
6 dl melk
4 eieren
50 g roomboter

Laat de pruimen een paar uur, of een hele nacht, weken in een flinke scheut rum. Verwarm de oven voor op 180 graden. Laat de pruimen uitlekken en vang de rum op. Leg de pruimen in een (ronde) ingevette ovenschaal. Meng bloem, suiker en melk tot een glad beslag. Roer dan de eieren en de rum erdoor en meng goed. Je hoeft niet zo heel lang door te kloppen. Giet het beslag over de pruimen.
Laat zo'n anderhalf uur in de oven staan tot het beslag gestold is en de bovenkant lichtbruin gebakken. Je kunt de gaarheid met een sateprikker controleren, die moet er schoon uit komen. Als de bovenkant te bruin wordt, kun je de Far afdekken met aluminiumfolie.
Snijd in stukken en serveer met een dot crème fraiche.

Frisse salade met citroen, komkommer en radijs


Eten jullie nog gewoon komkommer? Wij wel hoor. Zeker in deze salade van kropsla met radijs en citroen, die overal lekker bij smaakt. Een oppepper in de winter, een verfrisser en dorstlesser in de zomer. Met dank aan Bill Granger.

Je hebt nodig: 1 krop sla, 1 komkommer, bosje radijs, 1 grote citroen, olijfolie, peper en zout.
Was de sla, scheur in stukken en doe in een kom. Was (en/of schil) de komkommer en snijd met een (kaas)schaaf in heel dunne plakjes. Was de radijsjes en schaaf ze ook in dunne plakjes. Schil de citroen, haal de witte velletjes tussen het vruchtvlees weg en snijd in kleine stukjes. Meng alles goed door elkaar.
Maak een dressing van olijfolie, peper en zout en eventueel wat extra citroensap. Schep door de salade en dien op.

zondag 15 mei 2011

Taartjes met frambozenmousse, zomerfruit en witte chocolade


Op en top zomers, deze fris-zoete taartjes met vers rood zomerfruit uit een oude Tip Culinair. Je kunt 1 grote maken, maar een heleboel kleintjes zijn natuurlijk veel leuker en feestelijker. En feest was het bij ons afgelopen weekend, toen we de verjaardagen van de meiden vierden. Ik had nog meer taarten gemaakt, die recepten volgen binnenkort.

Voor zo'n 15 kleine taartjes:
10 plakjes bladerdeeg
200 g witte chocolade
8 blaadjes gelatine
500 g (diepvries)frambozen
750 g gemengd zomerfruit
75 g suiker
(evt. 3 el crème de cassis)
2 el citroensap
2,5 dl slagroom
Extra nodig: kleine bakvormpjes, bakpapier en steunvulling

Verwarm de oven voor op 200 graden. Leg de plakjes bladerdeeg op elkaar en rol uit tot een lange dunne lap. Steek ronde vormen uit het deeg die net iets groter zijn dan de bakvormpjes die je gebruikt. Bekleed de bodem en randen van de vormpjes met deeg en prik er wat gaatjes in. Bak ze 'blind': dus met een stukje bakpapier en een steunvulling (bijvoorbeeld gedroogde bonen). Zet 10 minuten in de oven, verwijder dan de vulling en bak nog 5 minuten. Laat ze een beetje afkoelen.
Smelt intussen 150 g witte chocolade au bain-marie. Smeer het chocolademengsel op de deegbodems en laat ze dan helemaal afkoelen.
Maak dan de frambozenmousse. Laat de gelatine weken in ruim koud water. Pureer de frambozen met suiker en eventueel de likeur. Verwarm 2 el water met het citroensap. Knijp de gelatine uit en laat het daar in oplossen. Meng het gelatinemengsel door de frambozenpuree. Klop tot slot de slagroom stijf en spatel door de frambozenmousse. Vul de taartjes met een schep mousse en laat in de koelkast goed koud worden en opstijven.
Was, snijd en meng het zomerfruit en schep het op de afgekoelde taartjes. Rasp er nog wat witte chocolade over. Lekker!!

Bouillabaisse, een verrukkelijke vissoep


Gezellig was het zondag, toen we de verjaardagen van Tess en Merel in een groot gezelschap vierden. Eerst lekker taartjes eten, dan borrelen en afsluiten met deze geurige en zeer smakelijke bouillabaisse. Uit het kookboek Bijzonder van Albert Heijn, met een beetje eigen invulling. De soep zelf had ik de avond ervoor al gemaakt, op het laatst hoefde alleen de verse vis er nog bij. Nog wat knoflookstokbrood in de oven, soepkommen vullen en klaar is Kees. Lekker hoor!

Voor 10-12 personen:
6 rode paprika's
schil van 3 biologische sinaasappels
6 rijpe vleestomaten
9 vastkokende aardappelen
12 el olijfolie
3 uien, gesnipperd
3 el tomatenpuree
3 tl suiker
een flinke pluk saffraandraadjes
3 laurierblaadjes
3 potten visfond
1 kg mosselen (als het mosselseizoen is, nu dus niet)
600 g zalmfilet, in stukken
1 kg witvisfilet (kabeljauw, pangasius, tilapia)
400 g grote garnalen
400 g Sint-jakobsschelpen

Rooster eerst de paprika's in een oven van 200 graden. Laat de schil zwart blakeren en laat de paprika's afkoelen in een afgesloten plastic zak. Trek de schilletjes eraf, verwijder de zaadlijsten en snijd in kleine stukjes.
Boen de sinaasappels goed schoon en snijd de schil er heel dun af, zonder wit vruchtvlees. Kruis de tomaten in, dompel ze een minuut onder in kokend water en ontvel ze dan. Haal de pitjes eruit en snijd de tomaten in stukjes. Schil de aardappelen en snijd ze in stukjes.
Verhit de olijfolie, smoor de ui met knoflook glazig. Voeg dan de tomaten, aardappels, tomatenpuree, suiker, saffraan, laurier en visfond toe. Laat 10 minuten zachtjes pruttelen. Voeg eventueel extra water toe.
Vis de sinaasappelschil eruit en doe op het laatst alle vis erbij. Laat nog 6-8 minuten doorkoken tot de vis gaar is en/of de mosselen openstaan. Voeg ook de stukjes paprika toe.
Knoflookbrood erbij en smullen maar.

Kruidig en snel tomatensoepje met kikkererwten


Een lekker lunchgerecht of een soepje dat je samen met brood en een salade combineert tot een lichte avondmaaltijd. Snel gemaakt en heerlijk kruidig van smaak.

Voor 4-5 kleine kommen:
1 ui, gesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngesneden
2 tl komijnpoeder
1 el
scheut olijfolie
1 blik tomatenblokjes
1 blik kikkererwten, uitgelekt en afgespoeld

Gremolata: 1 el fijngeraspte citroenschil, 3 el fijngehakte bladpeterselie en 2 teentjes fijngehakte knoflook, vermengd met een eetlepel olijfolie.

Verhit de olijfolie en smoor de ui en knoflook samen met het komijnpoeder en de tijmblaadjes. Voeg de tomaatblokjes toe en laat ongeveer 10 minuten zachtjes pruttelen. Pureer de soep kort met een staafmixer. Doe dan de kikkererwten erbij en laat nog even doorwarmen.
Serveer met een schepje gremolata. Je kunt ook nog wat stokbroodjes besmeren met gremolata en kort roosteren in de oven.

Ceasar Salad met ansjovis, gepocheerd ei en croutons


We hadden de hele week al snel-snel en ieder op een ander moment gegeten. Zaterdagavond namen we eindelijk weer eens iets meer tijd en zaten we zowaar met zijn vijven aan tafel - te smullen van een lekker kruidig soepje, deze fris-knapperige salade en wat stokbrood. Zonder uren in de keuken te hebben gestaan, was dit echt zo'n maaltijd waarbij je ieder hapje bewust proeft. Zouden we vaker moeten doen!

Maak eerst de croutons. Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijd een half stokbrood in blokjes en meng met een flinke scheut olijfolie. Spreid ze uit op een bakplaat en laat ze in ongeveer 10 minuten goudbruin en knapperig worden. Laat ze daarna afkoelen. Bedek 5 borden met gewassen en in stukken gescheurde little gem-sla. Maak een dressing van yoghurt, citroensap, olijfolie en mosterd. Bedruppel de sla royaal met dressing. Leg op ieder bord een aantal ansjovisjes uit blik. Schaaf stukjes van verse Parmezaanse kaas en strooi die er ook over, samen met de croutons. Breng tot slot een flinke hoeveelheid water (met zout en een beetje azijn) aan de kook. Pocheer voor ieder bord 1 ei. Breek het ei eerst in een kommetje en laat het dan in het water glijden. Ongeveer 2-3 minuten koken. Schep ze eruit met een schuimspaan, laat uitlekken en leg boven op de salade. Prik het ei in zodat het eigeel er een beetje uit stroomt.
En dan hapje voor hapje genieten!

zaterdag 14 mei 2011

Kip-dragonspiesjes met spek en banaan


Een klassieker die doet terugdenken aan Nijmegen en Amsterdam. Had ik ineens zin in deze week toen er een overschot aan bananen dreigde. De kip, gemarineerd in frisse citroen met de pittige smaak van dragon, combineert perfect met de zoete banaan en zoute spek. Kortom, alle mogelijke smaken ineen. En nog lekker zomers ook.

Snijd (biologische) kipfilet in blokjes en leg ze een paar uur in een marinade van zonnebloemolie, citroensap, citroenrasp, zout, peper en flink wat gedroogde of verse dragon. Snijd een paar bananen in stukjes en wikkel ze in plakjes ontbijtspek. Maak spiesjes met om en om kip en spek/banaan. Leg ze onder de grill, doe ze in een grillpan of leg ze op de bbq.
Lekker met stokbrood en een zoete witlofsalade.

maandag 4 april 2011

Zelfgemaakte mueslirepen


Dit is lekker! Krokante, versgebakken mueslirepen (of brokken eigenlijk meer). Om tussendoor te snoepen, mee te geven naar school of naar sport. Wat volgens mij genoeg had moeten zijn voor een week, was bij ons in een weekend al op ... Heel snel maar weer nieuwe maken dus. De meeste ingrediënten heb ik meestal toch wel in huis. Het basisrecept komt van Ainsley Harriot, maar je kunt naar hartelust zelf ingrediënten toevoegen. Hieronder staat wat er bij mij doorheen ging, maar je kunt ook kiezen voor andere noten, andere pitjes of juist ander gedroogd fruit. Of stukjes chocola. Doe de hoeveelheden een beetje op de gok, maar zorg wel voor voldoende smeersel (boter, suiker, honing en bananen).

Voor 1 bakplaat (ongeveer 20 stukken/repen):
175 g boter
100 g bruine basterdsuiker
4 el honing
2 rijpe bananen
350 g havervlokken
50 g rozijnen
50 g amandelsnippers
1 tl kaneel
75 g gedroogde abrikozen, in stukjes
75 g ontpitte dadels, in stukjes
50 g gedroogde rood fruit (cranberries, bessen)
handjevol geraspte kokos
50 g gepelde hazelnoten, grofgehakt
1 el sesamzaad
1 el pompoenpitten

Verwarm de oven voor op 190 graden. Leg een stuk bakpapier op je bakplaat.
Meng boter, suiker en honing en laat langzaam smelten. Laat een minuutje doorpruttelen en haal dan van het vuur.
Meng alle andere ingrediënten in een grote bak. Prak de bananen meng ze met het boter-honingmengsel. Doe dit bij de rest en meng alles goed.
Schep alles op de bakplaat en strijk glad met een spatel. Bak het mengsel in het midden van de oven in ongeveer 30 minuten goudbruin. Laat afkoelen en snijd in repen. Als het een beetje brokkelt, is dat niet zo erg, want dan heb je wat te snoepen!
In een luchtdichte trommel is dit wel even houdbaar, maar waarschijnlijk is het dan al lang op.

donderdag 31 maart 2011

Gebraden kwartels gevuld met saucijsjes


Het pronkstuk van een heel lekker en gezellig etentje met vijf vriendinnen afgelopen zondag. Met dank aan Tessa Kiros - die ik hierbij uitroep tot favoriete kookboekenschrijfster van mijzelf en het hele eetclubje. Je bent er in de voorbereiding wel even zoet mee, maar dat is meer dan de moeite waard.
Een kwartel per persoon is ruim voldoende, als dit onderdeel uitmaakt van een uitgebreid diner. Wie vooraf niet al te veel snoept van tonijnballetjes, brood, coquilles en asperges met ei, lust er waarschijnlijk ook wel twee. Dit recept is voor 10 kwartels, maar je kunt dus de helft nemen.

Voor 5 personen:
10 panklare kwartels (poelier of groothandel)
5 Italiaanse saucijsjes (of bijvoorbeeld pittige merguez-worstjes)
10 tenen knoflook, gepeld
20 blaadjes salie
7 el olijfolie
1,25 dl witte wijn
2,5 dl warme groentebouillon (zelf getrokken of van een tablet)

Verwarm de oven voor op 200 graden. Spoel de kwartels schoon onder de koude kraan en dep ze droog. Bestrooi ze van binnen en buiten met peper en zout. Ontvel en verkruimel de worstjes. Vul de kwartels elk met een schep worst, een teentje knoflook en 2 blaadjes salie. Sluit de buikholtes af met cocktailprikkers zodat de vulling er niet uit loopt.
Giet 5 el olijfolie in een braadslee en leg de kwartels daarop. Sprenkel de rest van de olijfolie over de vogeltjes. Zet de braadslee 15 minuten in de oven zodat de kwartels mooi bruin kleuren. Schenk de wijn in de braadslee en laat in een paar minuten verdampen.
Verlaag de oventemperatuur dan naar 180 graden. Giet de bouillon bij de kwartels en plaats de braadslee nog ongeveer 45 minuten in de oven. Als het goed is, houd je een lekkere dikke jus over.

Serveer de kwartels direct, bijvoorbeeld met gegratineerde aardappelpuree, een verse groene bladsalade met granaatappelpitjes. En deze heerlijke zoetzure uitjes uit de oven.
Op de foto zie je mijn overgebleven kwarteltjes een dag later. Weer even opgewarmd in de oven met gegratineerde aardappelpuree. Wat een feest, en dat twee keer achter elkaar!

Zoetzure uitjes uit de oven


Ik heb helaas geen eigen foto gemaakt, maar deze uitjes uit de oven waren te lekker om niet te noemen. Op boodschappenjacht bij de Sligro zag ik een zak verse cocktailuitjes, die er perfect voor zijn. Ook van Tessa Kiros en heerlijk als antipasto of als bijgerecht bij de kwartels.

Voor 6 personen:
1 kg jonge uitjes, gepeld en afgespoeld
2 laurierblaadjes
50 g boter
1,25 dl witte wijnazijn
50 g bruine basterdsuiker

Verwarm de oven voor op 190 graden, Breng een pan licht gezout water aan de kook en blancheer de uitjes hier ongeveer 10 minuten in. Giet ze af en doe ze in een ovenschaal waar ze naast elkaar in passen. Voeg de laurierbladeren en 2,5 dl water toe en verdeel de boter in vlokjes over de uitjes. Zet ongeveer 20 minuten in de warme oven. Schep de uitjes dan om met de azijn en de suiker en zet nog eens ruim een half uur in de oven, tot ze gaar en goudbruin zijn en de suiker begint te karameliseren.
Serveer de uitjes warm.

Cocquilles uit de oven


Het beste aperitief van een Italiaans voorjaarsdiner. Verse jakobsschelpen (oftewel coquilles) uit de oven, met een gratin van citroen, peterselie, knoflook, olie, boter en broodkruim. Samen met een glas ijskoude prosecco vermengd met vers granaatappelsap. Allebei uit Ciao Bella van Tessa Kiros, dat vol staat met bijzondere recepten uit Venetië.
Koop verse, hele schelpen (bij de visboer of groothandel), want dat is natuurlijk veel lekkerder dan uit de diepvries en leuker opdienen. Het schoonmaken van die beestjes is niet zo veel werk. Je kunt er natuurlijk wel wat extra losse coquilles bijkopen want die passen makkelijk in de schelp.

Voor 6 schelpen:
1 grote teen knoflook fijngehakt
2-3 el citroensap
2 el fijngehakte peterselie
2 el olijfolie
6 halve, schoongemaakte jakobsschelpen (met nog 6 losse coquilles erbij)
droge witte broodkruimels
6 krullen gezouten roomboter
zout en peper

Verwarm de oven voor op 220 graden. Maak een mengsel van knoflook, citroensap, olijfolie en peterselie en druppel dat over de coquilles. Strooi er broodkruimels en een beetje peper en zout over en leg er tot slot nog een krul roomboter op.
Leg de schelpen op een bakplaat of in een grote schaal. Als je ze in een laagje zeezout legt, blijven ze goed liggen en houd je de bakplaat schoon. Zet ongeveer 10 minuten in de hete oven totdat de coquilles gaar zijn, het goudbruine sausje borrelt en de bovenkant krokant is.

Dien op met brood en een glas ijskoude prosecco vermengd met een flinke scheut vers granaatappelsap.
(Granaatappels kun je doormidden snijden en persen op de citruspers. Voor 6 glazen heb je 2 granaatappels nodig).

woensdag 30 maart 2011

Zelfgemaakte cantuccini


'Mam, dit moet je vaker maken.' Da's altijd een goed teken, als een van de kinderen dat zegt. Nou was dit wel heel erg lekker. Knapperige, heerlijk ruikende, goudbruine cantuccinikoekjes die op zaterdagavond vers uit de oven komen. Gelukkig had ik er genoeg gemaakt want de helft was al op voordat mijn vriendinnen-eetclubje op zondagavond begon.
Het is echt niet zoveel werk en absoluut de moeite waard. Recept komt van Tessa Kiros trouwens (zoals wel vaker!), die met haar kookboeken Twaalf en Ciao Bella de inspiratie vormde voor mijn Italiaanse lente-diner.

Voor zo'n 30-35 koekjes:
60 g zachte roomboter
250 g fijne kristalsuiker
2 eieren
rasp van 1 sinaasappel
400 g bloem
1,5 tl bakpoeder
150 g amandelen met vliesjes
3 el Vin Santo (of de iets minder geconcentreerde Santovino, gaat ook prima)

Verwarm de oven voor op 180 graden. Roer in een kom de boter met de suiker tot een romig mengsel. Klop met een mixer de eieren en het sinaasappelrasp erdoor. Meng dan de gezeefde bloem, het bakpoeder en een snufje zout erdoor, en tot slot de hele amandelen en Vin Santo.
Kneed tot een samenhangend deeg en verdeel dat in drieën. Bekleed een grote bakplaat met bakpapier. Maak drie lange, platte worsten van het deeg (3 cm hoog en 5 cm breed). Bak ze ongeveer 20 minuten in de oven tot ze goudgeel maar nog een beetje zacht zijn. Haal ze uit de oven en snijd ze met een scherp mes in ongeveer 10 schuine plakjes van zo'n 2 centimeter dik.
Leg deze plakjes plat op het bakblik en bak ze nog 5-10 minuten om ze verder te laten bruinen en uitdrogen. Keer ze eventueel een keer om. Haal ze dan uit de oven en laat ze afkoelen, maar vergeet niet om er meteen een paar te proeven ...
In een luchtdichte trommel zijn de koekjes best wel even houdbaar.
Serveer ze als zoet nagerecht bij de koffie, thee, bij dit verrukkelijke chocoladetoetje of bij een glaasje Vin Santo.

Asperges met gepocheerd ei


Leuk voorgerecht voor Pasen. Of gewoon om de lente te vieren. Komt ook van Tessa Kiros en paste perfect in het Italiaanse diner dat ik afgelopen zondag maakte voor mijn eetclub-vriendinnen. Met alle uren die ik heb doorgebracht in de keuken, had ik nog nooit een ei gepocheerd. Maar da's hartstikke makkelijk. En hartstikke lekker.

Neem per persoon 5 groene asperges, 1 ei, een klontje gezouten boter, peper, eventueel extra zout en versgeraspte Parmezaanse kaas.

Kook de asperges een paar minuten in water met wat zout. Ze moeten beetgaar zijn. Breng intussen een pan met gezouten water aan de kook. Voeg een eetlepel azijn toe. Breek een ei in een kommetje (zorg dat de dooier heel blijft!). Laat het ei dan voorzichtig in het kokende water glijden. Laat 2-3 minuten doorkoken. Het ei moet van de buitenkant gestold zijn, maar van de binnenkant nog vloeibaar. Er passen 2 of 3 eieren tegelijk in de pan.
Schik de asperges op een bordje. Leg overal een gepocheerd ei bovenop. Maak voorzichtig een sneetje en laat een beetje geel eruit lopen. Leg er een krul gezouten roomboter op en bestrooi met Parmezaanse kaas, peper en eventueel nog extra zout.
Serveer meteen. Lekker met een versgebakken broodje uit de oven of een snee geroosterd boeren wit brood.

vrijdag 18 maart 2011

Pruimen-cognactaart


Een beetje bewerkelijk, maar goddelijk lekker is deze taart. Zeker als hij net uit de oven komt en nog een beetje warm is. Die zoete pruimen en het 'vleugje' drank! Perfect als afsluiter van een diner, of gewoon als indrukwekkende verjaardagstaart tussen de monchou- en appeltaart. Bij ons viel-ie in ieder geval goed afgelopen zondag toen Luc 11 werd.

Voor 10 punten:
300 g gewelde pruimen zonder pit
1,5 dl armagnac of andere cognac
250 g bloem
100 g poedersuiker
snufje zout
150 koude boter, in blokjes
5 eierdooiers
1,5 dl melk
75 g suiker
2 el custardpoeder
Nodig: ronde taart- of quichevorm van 26 cm doorsnee

Doe de pruimen in een schaal en giet de cognac erover. Laat minstens een paar uur weken (bij voorkeur een hele nacht). Meng in een kom de bloem met de poedersuiker en een snufje zout. Voeg boter, 4 eidooiers en indien nodig 2-3 el koud water toe en kneed alles snel tot een soepel deeg. Verpak het in plastic folie en laat minstens een half uur rusten in de koelkast.
Breng in een pan de melk op zacht vuur aan de kook. Klop in een kom de 5e eierdooier, de suiker en 1 el custardpoeder met een mixer licht en schuimig. Voeg al kloppend de hete melk toe. Schenk dit mengsel weer in de pan en verwarm het al roerend tot het bindt tot een mooie vla. Laat de vla onder nu en dan roeren afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Meng de pruimen en cognac met 1 eetlepel custardpoeder.
Rol 2/3 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een ronde lap van 30 cm doorsnee. Vet de taartvorm in en bekleed met de deeglap. Druk het aan de rand goed aan. Giet de vla op de taartbodem en verdeel de pruimen erover. Rol de rest van het deeg uit tot een lap van 26 cm doorsnee. Leg het deeg op de vulling en knijp de rand tussen duim en wijsvinger dicht zodat een mooie schulprand ontstaat.
Steek met een appelboor een gat in de bovenkant, zodat de damp kan ontsnappen en de bovenkant knapperig blijft. Bak de taart net onder het midden van de oven in 40-50 minuten goudbruin en gaar.
Laat in de vorm afkoelen of eet op als hij nog een tikkie warm is.

Versgebakken pitabroodjes


Als je deze pitabroodjes een keer hebt geprobeerd, wil je nooit meer die voorgepakte taaie bleekscheetjes uit de supermarkt. Je hele huis ruikt naar versgebakken brood en de hele familie smult ervan.Tot zover het goede nieuws. Want het slechte nieuws is dat je verse gist in huis moet hebben en een paar uurtjes tijd nodig hebt omdat het deeg moet rijzen. Maar in de tussentijd kun je natuurlijk iets anders doen, en de beloning zal groots zijn!

Oh ja, deze pitabroodjes kunnen overal bij. Soep, ovenschotels, salades, gegrild vlees, barbecues, shoarma, you name it.

Voor 12 stuks:
15 g verse gist (haal ik bij de bakker)
2 el olijfolie
snufje suiker
500 g bloem
1 tl zout

Verkruimel de gist in een kommetje en voeg de olijfolie, suiker en 1 dl lauw water toe. Meng goed en laat 10-15 minuten staan totdat de gist gaat werken en het mengsel gaat schuimen.
Zeef de bloem met het zout in een grote kom. Maak een kuiltje in het midden, voeg het gistmengsel toe en kneed geleidelijk de bloem door het gistmengsel. Voeg een klein scheutje lauwwarm water toe (let op: niet te veel!) zodat het een zacht en soepel deeg wordt. Laat het deeg, afgedekt met een doek, op een warme plek 1-1,5 uur rijzen.
Sla dan de lucht eruit tot het deeg weer zijn oorspronkelijke volume heeft. Kneed snel en verdeel het deeg in 12 porties. Rol de balletjes wat heen en weer, leg ze op een met bloem bestoven aanrecht, dek af met een doek en laat nog een half uurtje rijzen.

Verwarm intussen de oven voor op 220 graden. De oven moet flink heet zijn op het moment dat de broodjes erin gaan.

Rol de deegballen uit met een deegroller tot ovalen lapjes van ongeveer 15 centimeter. Besprenkel ze met water, leg ze op een ovenplaat en bak ze ongeveer 8 minuten, of totdat ze in het midden rijzen en heel lichtbruin zijn. Keer ze en bak ze nog 2 minuten. Ze zullen niet alle 12 ineens in de oven passen, dus bak ze in porties.

Serveer meteen.

Couscoussalade met gekruid gehakt en yoghurt-muntsaus


Lekker fris, dit gerecht, voor de eerste lentedagen die gelukkig zijn aangebroken. Verrukkelijk met deze gekruide gehaktballetjes.

Wel een hoeveelheid couscous naar keuze en laat afkoelen. Meng met allerlei lekkers en gezonds naar keuze, zoals: paprika, tomaatjes, komkommer, verse peterselie en munt, sjalotjes, olijven, stukjes feta, gedroogde tomaatjes. Breng de salade op smaak met een dressing van olijfolie, citroen, peper en zout.

Meng een flinke scheut (dikke Griekse) yoghurt met 1 geperst teentje knoflook, een flinke handvol peterselie en munt, peper, zout en citroensap. Of nog beter: deze citroenolie, waar ik toevallig nog wat van over had.

Gehaktballetjes voor 4 personen:
500 g half-om-half gehakt
1 eidooier
1 teentje knoflook, geperst
een handje verse munt en peterselie
flink peper en zout
Meng alles goed door elkaar, draai er kleine balletjes van en braad die aan in een laagje olijfolie.

Serveer (warm of koud, dat maakt niet uit) met de couscoussalade en yoghurt-muntsaus. Doe er eventueel nog zo'n heerlijk versgebakken pitabroodje bij.

maandag 7 maart 2011

Lentesoepje met wortel en citroenolie


En dan nu het lekkere frisse lentesoepje, want als ik het voor het kiezen heb, mag het die kant op gaan. Net een goede start gemaakt, want ik at dit soepje zojuist buiten in de zon!

Je hebt nodig: 2 citroenen, 500 g wortelen, sjalotje, olijfolie, 1,5 liter kippenbouillon.

Maak eerst de citroenolie. Rasp de schil van 1 (biologische) citroen. Verwarm 1,5 dl olijfolie heel zachtjes. Voeg de citroenrasp toe en laat een paar minuten doorwarmen. Laat dan afkoelen.
Schil de wortelen en snijd ze in stukjes. Snipper het sjalotje. Roerbak wortel en sjalot in een beetje olijfolie. Voeg de kippenbouillon en de rasp van de tweede citroen toe. Laat een kwartiertje zacht doorkoken. Pureer tot een gladde massa. Serveren met een scheutje citroenolie. En proef de zon!

Soep van aardpeer en knolselderij


Is het winter of is het lente? De natuur lijkt er nog niet uit te zijn. Daarom eerst even dit winterse soepje van aardpeer en knolselderij, bestrooid met geroosterde hazelnoten en geitenkaas. En dan straks een heerlijk zonnig lentesoepje!

Schil een stuk of 8 aardpeertjes (bij mij zaten ze in de Odin-groentetas, de betere groenteman heeft ze ook wel) en 1 kleine knolselderij. Snijd beide groenten in stukjes en roerbak ze in een scheutje olijfolie. Voeg ongeveer 1,5 liter water toe. Laat een kwartiertje pruttelen en pureer met een staafmixer. Breng op smaak met 2 of 3 (groente)bouillonblokjes.
Serveer met geraspte Hollandse geitenkaas en geroosterde hazelnoten.